Beantwoord door Dorine Schenk
Heelal & ruimtevaart
Waarom zijn sommige planeten gasreuzen en andere rotsachtig?
Siem, 10
Ons zonnestelsel bestaat uit acht planeten. Vier zijn kleine rotsplaneten die uit gesteente bestaan. Dat zijn: Mercurius, Venus, Mars en natuurlijk de aarde. De andere vier zijn reuzen die vooral uit gas bestaan. Maar wat bepaalt of een planeet een rotsbal wordt of een gasreus?
Rotsklonten
Ongeveer 4,5 miljard jaar geleden is ons zonnestelsel ontstaan uit een wervelende wolk van stof, gas en ijsdeeltjes. Het midden van die wolk klonterde samen en vormde de zon.
In de rest van de ronddraaiende wolk klonterden gas, stof en ijsdeeltjes bij elkaar. Die vormden eerst kleine rotsklompjes die uitgroeiden tot de acht planeten en hun manen.
Zonnewind
Het warme zonlicht zorgde ervoor dat de ijsdeeltjes dicht bij de zon verdampten. Ook was er dicht bij de zon weinig gas overgebleven. Bovendien ging na een tijdje de zonnewind blazen: een stroom van deeltjes die vanaf de zon de ruimte in gaat. Die blies de lichte gasdeeltjes weg.
Zo bleven er vlak bij de zon vooral rots- en stofdeeltjes over. Daaruit ontstonden de kleine rotsachtige planeten: Mercurius, Venus, Mars en de aarde.
Reusachtig grote bollen
Verder bij de zon vandaan ontstonden ook klonten van stof- en rotsdeeltjes en ijs. Vier daarvan waren flink wat groter en zwaarder dan de rest. Doordat ze groter en zwaarder waren, trokken ze meer gas uit de wolk naar zich toe. En doordat ze verder van de zon ontstonden, was er in hun omgeving ook meer gas overgebleven. Hierdoor konden deze vier planeten uitgroeien tot reusachtig grote bollen van gas met binnenin een kleine rotsachtige kern.
Jupiter is de grootste gasreus van ons zonnestelsel. Foto: NASA, ESA, STScI, A. Simon (NASA-GSFC), M. H. Wong (UC Berkeley), J. DePasquale (STScI)
Van deze vier planeten zijn Jupiter en Saturnus het grootst. Deze twee planeten noemen we daarom gasreuzen.
Uranus en Neptunus zijn iets minder groot. Zij heten ijsreuzen. Deze twee planeten staan namelijk zo ver bij de zon vandaan dat ze ijskoud zijn. Daardoor bestaan ze uit een rotsachtige kern met daaromheen een dikke ijslaag en een dikke laag gas.
Andere planetenstelsels
De acht planeten in ons zonnestelsel verschillen dus van elkaar doordat ze op verschillende afstanden van onze ster – de zon – ontstaan zijn. In andere planetenstelsels, rond andere sterren, ontstaan op deze manier ook gasreuzen, ijsreuzen en rotsachtige planeten zoals de aarde.