Beantwoord door Judith Neimeijer
Hoofd & lijf
Waarom willen mensen alsmaar meer?
We willen steeds maar méér. Zodra we iets krijgen of bereiken – precies dat speelgoed dat we wilden, meer geld, hard kunnen rennen, een groter huis, meer kennis – verschuift ons doel een stukje verder. Waarom hebben we nooit genoeg?
Drang om te ontdekken
Ons brein is zo gebouwd dat het ons voortdurend laat streven en ontdekken. Dat heeft ons als soort ver gebracht. Oermensen die dachten ‘Laten we kijken wat er achter die heuvel ligt!’ ontdekten soms water, nieuwe materialen of een veiligere plek.
Nieuwsgierigheid en de drang om nieuwe dingen te ontdekken hielpen onze voorouders dus om te overleven. En als bepaalde eigenschappen je helpen om te overleven, worden die vaker doorgegeven aan de volgende generaties.
Beeld: Markus Spiske via Pexels
Die drijfveren werken nog steeds. We krijgen een sterke kick van nieuwe dingen, al is die beloning vaak maar tijdelijk. We vergelijken ons ook voortdurend met anderen (bijvoorbeeld op sociale media). Wat zij hebben, willen wij ook. En daardoor blijft het verlangen naar meer terugkomen.
Nieuw wordt gewoon
Ons brein went ook nog eens heel snel aan verbeteringen. Dat nieuwe speelgoed, die grotere auto of die moderne keuken voelt al snel weer ‘gewoon’. Hierdoor gaan we automatisch op zoek naar iets nieuws.
En dus zitten we nu met de gebakken peren. Ons brein is geëvolueerd in een wereld waarin er weinig was van alles. Nu leven we in een wereld vol overvloed: eindeloze keuzes, spullen en ervaringen. Het oeroude mechanisme dat ons ooit aanspoorde, jaagt ons nu vooral op: we willen méér geld, méér spullen, méér belevenissen. Terwijl we daar niet per se gelukkiger van worden.